HET LICHT VAN MESTROM CHANDELIERS

“Mijn interesse in kroonluchters ontstond tijdens mijn bezoek aan vele paleizen. De majestueuze en imposante verschijning van de kroonluchters die in de prachtige vertrekken hingen, maakte een grote indruk op mij. Het complexe geheel van zovele losse onderdelen en verschijningsvormen als drager van kaarslicht, intrigeerde me. Die onderdelen zijn per land heel verschillend door het gebruik van materiaalsoorten zoals ijzer, brons, hout, ivoor, barnsteen, geweien of glas of een combinatie hiervan.”


PASCAL MESTROM

alxmarks01.jpg

Pascal Mestrom, eigenaar van Mestrom Chandeliers, is sinds 2007 actief in de restauratie, inkoop en verkoop van antieke kroonluchters. Gaandeweg de laatste jaren heeft hij tijdens vele reizen een unieke eigen collectie kunnen opbouwen die hoofdzakelijk bestaat uitachttiende-eeuwse Franse kristallen kroonluchters met ondermeer bergkristallen behang. Daarnaast beheert hij een collectie stijlstukken uit de periode 1880-1920 waarbij de kaarsenfunctie behouden is gebleven naast een subtiele toevoeging van een elektrische binnenverlichting. Pascal Mestrom is lid van 'Light & Glass', een groep professionals op het gebied van kroonluchters die op wetenschappelijke wijze onderzoek doet naar behoud en herwaardering van de kroonluchter en hij is lid van 'Pearls of Craftmanship', een bijzondere groep top
ambachtslieden.


LICHT VAN VROEGER

De eerste kroonluchters werden in de vroege middeleeuwen opgebouwd uit eenvoudige vormen zoals een wiel of kruis waarop meerdere kaarsen werden gestoken. Deze
kroonluchters hingen horizontaal in een ruimte. Kunstenaars en ambachtslieden bleven op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Ze combineerden bestaande met nieuwe beschikbare materialen en creëerden complexe, sculpturale monturen waarin de kaarsen werden geplaatst.


BERGKRISTAL / CRISTAL DE ROCHE

“De vragen die mij al jarenlang fascineren zijn wie bergkristal en glas heeft toegevoegd als hangers aan het montuur van de kroonluchter, om zo het kaarslicht optimaler te laten reflecteren en waar en wanneer dit heeft plaatsgevonden. Tot op heden heb ik nog geen volledig antwoord gevonden. Ik vermoed dat het samenhangt met de glasmeesters die vanaf midden zestiende eeuw vanuit Italië, Venetië en Altare naar Noord-Europa trokken en glasblazerijen stichtten van Spanje tot in Stockholm. Economische maar ook religieuze redenen lagen hieraan ten grondslag.”


FRANSE KROONLUCHTERS

Pioniers onder de glasmeesters waren Bernardo Perotto en Jean Baptiste Mazzolay. Perotto stichtte in 1668 de ‘Verrerie Royale d’Orléans’ en slaagde er als eerste in om glas in elke mogelijke vorm te gieten. Mazzolay stichtte in 1678 ‘La Manufacture Royale en Cristeaux de Bayel’ en verwierf het exclusieve productie- en verkoop recht tussen Chaumont en Parijs. Hij ontving van Zonnekoning Lodewijk XIV de opdracht om al het kristal in Versailles te leveren. Zeventiende-eeuwse aantekeningen over de productie van het glazen behang aan kroonluchters of eigen productie van kroonluchters zijn schaars.

In het bijzondere archiefstuk ‘Mercure Galant, dédié à monseigneur le Dauphin, octobre 1699, à Paris’ wordt het ontstaan van een kroonluchter beschreven. In dit document wordt melding gemaakt van een zekere Mr. Berrin, ‘dessinateur ordinaire’ aan het hof van Lodewijk XIV. De koning verleende hem alleenrecht na het zien van een nieuwe methode voor het vervaardigen van een imitatie van bergkristal (‘lustres de cristal fondu’). Het is echter onduidelijk of Mr. Berrin louter als ontwerper heeft gewerkt en in samenwerking met glasmeesters het model heeft laten uitvoeren of dat hij zelf ook voor de uitvoering verantwoordelijk was. Hoogstwaarschijnlijk was dit type kroonluchter een voorloper van de ‘lustre a cage’, de meest klassieke vorm van
de Franse kristallen kroonluchter. 

Koningen en andere adellijken lieten bouwwerken en vertrekken ontwerpen en inrichten door
de meest vooraanstaande architecten, kunstenaars en ambachtslieden. De kristallen kroonluchter geldt als de ultieme bekroning van deze 'gesammt' kunstwerken.


ENGELSE KROONLUCHTERS

In Engeland richtte de glashandelaar George Ravenscroft (1632-1683) na terugkomst uit Venetië een eigen glasblazerij op. Omstreeks 1670 werd hier het loodkristal, ofwel ‘flintglass’, uitgevonden. Wellicht was dit een poging om het goed bewaarde geheim van het Venetiaanse ‘cristallo’ te imiteren. Mede dankzij deze vinding was men in staat om volledig in loodkristal uitgevoerde kroonluchters te vervaardigen. Deze kroonluchters waren geïnspireerd op de Hollandse bronzen bolkroonluchters waaraan men vanaf 1730 ook stapsgewijs meer kristallen behang toevoegde. Engeland domineerde nagenoeg de gehele achttiende eeuw met dit loodkristal tot grote
ergernis van de Fransen. De Engelse modellen werden weer door Boheemse glasmeesters gekopieerd. Zo ontstond een type kroonluchter die men vervolgens in Luik reproduceerde en technisch voltooide, bekend als ‘Lustres à la façon de Venise’. Een prachtig voorbeeld van
een Luikse kroonluchter uit de Regency periode omstreeks 1760 is te zien tijdens LICHT. Glas- en kristalblazerijen
Na 1800 ontstonden er meerdere grote glas- en kristalblazerijen. Vonêche was de eerste geïndustrialiseerde glasindustrie waar kristallen tafelservies werd vervaardigd. Op het hoogtepunt waren hier 500 arbeiders werkzaam. Door de industriële ontwikkeling en een enorme schaalvergroting van productie was een grote groep van de bevolking in staat producten aan te schaffen die in de achttiende eeuw voorbehouden waren aan de adellijke en vermogende kringen. In Maastricht richtte de eerste Nederlandse industrieel Petrus Regout in 1838 een glas- en kristalblazerij op. Door grote productie kon hij betaalbare glazen en kristallen producten aanbieden voor dagelijks gebruik. Daarnaast produceerde hij ook een lijn exclusieve en dure producten, zoals de tentoongestelde kristallen kroonluchter uit Villa
Marguerite en de kandelabers uit Paleis het Loo. De laatste werden door Willem II in 1846 aangekocht.

 

DE ERVARING VAN DE RESTAURATEUR

“In de vorige eeuw werden de kaarsen op kroonluchters vervangen door elektrische bedradingen en lampjes. Dit vind ik teleurstellend want daardoor gaat in mijn ogen de
originele functie van de prachtig vormgegeven kaarsendrager verloren. De kroonluchter werd zo gedegradeerd tot louter een gebruiksvoorwerp, een ordinair lichtorgel. Door de vele restauraties die ik uitvoerde bracht ik de kroonluchter terug in zijn originele staat. Dit proces begint met de verwijdering van een hoop elektrische snoeren en vuil. De dragers breng ik terug naar een staat waarin echte kaarsen in de houders geplaatst kunnen worden in plaats van elektrische lichtbronnen. Het behang op de juiste wijze opnieuw monteren en plaatsen draagt bij aan mijn wens de ontwerpers te doorgronden en te begrijpen. Hierdoor is mijn affiniteit met kaarslicht enorm toegenomen. Het is voor mij haast onmogelijk om een authentieke kroonluchter te ontdoen van zijn kaarslicht.